Bundaberg en Fraser eiland

5 augustus 2014 - Rockhampton, Australië

Bundaberg en Fraser eiland

Na enkele dagen een blog stilte, hebben wij weer het nodige meegemaakt, waar wij graag het één en ander over willen vertellen.                                                                                                                    

Even vooraf: Vorige week hebben wij, voordat wij naar de adembenemende Whitsundays eilanden gingen, afscheid genomen van Romy en Carlos. Zij  zijn met het vliegtuig terug gevlogen naar Brisbane, waar zij deze week gewoon moesten werken.

Na de Whitsundays zijn wij met de camper naar MacKay gereden naar een Big 4 camping. Op één na, hebben wij alleen gebruik van deze campingorganisatie, omdat deze zeer betaalbaar is en in de meeste gevallen fantastische faciliteiten hebben. De douches en wasgelegenheden zijn schoon en zeer goed onderhouden. Op de meeste zijn springkussens, zwembaden, TV en amusementshallen en speelvelden om te tennissen en/of tafeltennissen. De camping is MacKay was op zich geen uitzondering , maar had als vervelend bijverschijnsel, dat deze direct aan een groot open zoetwater stilstaand meer lag. Je kunt raden, wat de consequentie was: gigantische hoeveelheden muggen, die het leven buiten na 5 uur ’s middags onmogelijk maakte. Zelfs het koken in de gezamenlijke campingkeuken was een ellende. Wij zijn hierna met de bereidde maaltijd naar onze eigen camper gerend en hebben voor het eerst gescheiden van elkaar de maaltijd naar binnen gewerkt. Het voordeel is wel, dat wij van puur ellende vroeg naar bed zijn gegaan, zodat wij waarschijnlijk uitgerust van vakantie terugkomen.

De volgende camping was in Rockhampton, de laatste stad die wij aandoen, die nog in de tropen ligt. Alles ten zuiden van deze stad zijn de subtropen. De camping was weer, zoals gebruikelijk, van alle gemakken voorzien. Echter, aan het eind van de middag brak er een hels kabaal los van honderden en misschien wel duizenden krijsende vogels. Dit was zo hard, dat een normaal gesprek niet meer mogelijk was. Dit kan Dolf Theebe bevestigen, want wij zaten net aan de telefoon met hem, toen de kakofonie aan geluiden over ons heen kwam. Dolf dacht, dat er een paar mensen van ons aan het bakkeleien waren, maar zo erg was het ook weer niet.  Rond 9 uur waren de meeste vogels hun stem waarschijnlijk kwijt, want toen keerde de rust weer.  Wij hoorden, dat er zelfs vuurwerk werd afgestoken om de vogels te verjagen, maar veel soelaas bood dit niet, volgens mij. Na Rockhampton zijn wij naar Bundaberg gereden, een stad die bekend staat om zijn rum. Dit is een begrip voor kenners van rum en een rondleiding in deze fabriek stond dan ook op het programma. Om 10 uur
 ’s morgens liepen wij door de fabriek en hebben mogen nippen en genieten van enkele monsters van dit kostbare vocht.  Met het rijden naar het zuiden in Australië valt het ons ook op, dat het heuvelachtige in de eerste weken is veranderd in een zeer plat gedeelte van dit gigantisch grote land. Nederland heeft de naam plat te zijn, maar ook hier kun je kilometers ver weg kijken. Wat verder opvalt, is dat bijna alle bomen in Australië een zwarte stam hebben. Navraag heeft ons geleerd, dat dit is gekomen door de vele bosbranden. Dit lijkt erg, maar de bosbranden worden vaak bewust aangestoken en onder controle gehouden. Het blijkt namelijk, dat bij het verbranden van de ondergrond de grond super vruchtbaar wordt en er zaden en sporen uitkomen, die anders nooit zouden groeien. De Aboriginals deden dit al en is door de latere bewoners van Australië overgenomen.  Vorig jaar is het onder controle houden van de brand niet geheel  gelukt  en zijn er honderden vierkante kilometers verloren gegaan.    

Zaterdag 2 augustus wachtte ons een nieuwe ervaring. Om 9 uur zouden wij opgehaald worden door een bus om te gaan naar Fraser Island. Romy zou ons weer vergezellen dit weekend en is ingestapt in Brisbane. Carlos moest werken, dus kon er helaas niet bijzijn, maar had al eerder dit eiland bezocht. Om 9 uur arriveerde een rode bus op de afgesproken plek. In eerste instantie dachten wij, dat dit een omgebouwde brandweerauto was, maar bleek niet zo te zijn. De bus was speciaal gemaakt en ingericht voor dit soort excursies. Fraser Island is namelijk een eiland, waar alleen 4-wiel aangedreven auto’s mogen komen. Met totaal 30 personen, waarvan 20 Chinezen zijn wij naar het eiland gereden. Op zich al een belevenis, want de chauffeur (Stevie) moest nog even tanken. Na 400 liter getankt te hebben zaten de beide tanks vol. De bus gebruikt ongeveer 33 liter op 100 km, wat neerkomt op 1 op 3. Nu is alles in gereedheid voor de overtocht naar het onbewoonde eiland. Na enkele onverharde wegen zijn wij bij de ferry aangekomen. Prachtig weer en de overtocht is ongeveer 2 kilometer. Uitgestapt uit de bus om te genieten van het prachtige uitzicht over de oceaan worden wij verrast door enkele dolfijnen, die vlak bij onze boot hun springkunsten aan ons laten zien. Werkelijk een fantastisch gezicht en het feest moet nog eigenlijk beginnen.     

Fraser Eiland is het grootste zandeiland ter wereld met een lengte van 123 km en een gemiddelde breedte van 16 km. Het is onbewoond, maar zeer toeristisch. Er zijn dus geen verharde wegen en de auto’s rijden over het strand. In het binnenland zijn wel paden gecreëerd, maar de ondergrond is mul zand, dus zonder 4 wiel aandrijving niet doorheen te komen. Op het eiland aangekomen, laat de chauffeur als eerste de helft van de hoeveelheid lucht uit zijn banden lopen, om meer grip in het zand te hebben.  Als bijzonderheid kent dit eiland, dat er een grote populatie dingo’s leeft. Deze wilde honden mogen absoluut niet gevoerd worden en houden zich in leven met kleine dieren en zelfs vis. Het laatste is in grote aantallen voorradig, dus geen probleem voor de dingo’s.

Ook worden er verschillende walvissen gespot. Eric en Rick zien zelfs een walvis uit zee springen.

Op het eiland scheuren wij met 80 km/uur over het strand en de kuilen en zandhopen worden voor lief genomen. Af en toe iets te fanatiek, zodat de inzittenden als een bal in een flipperkast op en neer gegooid kunnen worden. Gelukkig heeft iedereen zijn gordel om en blijft het bij het nodige gekreun en gesteun. Na enige tijd zien wij op het strand een dingo lopen, wat de chauffeur aangrijpt om het volgende verhaal te vertellen: Enkele jaren geleden is een jongetje op het eiland doodgebeten door een dingo. Na dit voorval is de populatie van de dingo’s  teruggebracht naar een aantal van 150 stuks, terwijl er voor die tijd 300 dingo’s rond liepen. Bij de eerste stop konden wij naar een klein stromend beekje met zoet water. Op het eiland waren enkele bronnen, die via een riviertje het water naar een beekje stuurde. Het hoogteverschil zorgde voor de stroming. Het riviertje was 2 meter breed en gemiddeld een halve meter diep. Romy, Wessel, Rick en Fred hebben het koude water getrotseerd en zich mee naar beneden laten leiden. Bij het uitstappen kregen wij nog wel het advies mee om blootvoets naar buiten te gaan en geen schoenen achter te laten op het strand. De eerder genoemde dingo’s zijn namelijk gek op schoenen en zeer bedreven in het meenemen van dit schoeisel. Er schijnt een dingo te zijn met een schoenencollectie, waar Imelda Marcus jaloers op is. De 2e stop was bij een scheepswrak, dat er al lag vanaf 1935 en inmiddels voor 90% onder het zand lag. Met nadruk werd gezegd men niet minder dan 3 meter bij het schip mocht komen, maar onze Aziatische vrienden trokken zich nergens wat van aan en klommen op het schip alsof het de ballenbak van de IKEA betrof.  Na het ontwijken van enkele coffeerocks, zwarte stenen ontstaan uit planten en zand, gingen wij op weg naar het noordelijke punt van Fraser Island, Indians Head. Vanaf de rotsen kregen wij weer een schitterend uitzicht over de oceaan en het zandeiland. Terug in de autobus en weer naar het noorden. Na 60 km gereden te hebben en inmiddels hebben alle ingewanden zich op een andere plek in het lichaam genesteld, zijn wij bij het resort op het eiland aangekomen, waar wij de nacht zullen doorbrengen  Het resort is omheind door een elektrisch hek om de dingo’s buiten te houden. Binnen de hekken konden wij ons dan ook vrij begeven.

Zondag 3 augustus maken wij nog een wandeling door het regenwoud en komen na 45 minuten bij het zoetwatermeer, waar wij kunnen en mogen  zwemmen. Na de lunch vertrekken wij weer naar de veerboot om de overstap te maken. Tijdens de terugreis over het strand was het zand te mul.  Zelfs de truck kwam vast te zitten. Iedereen moest uit de bus en moesten helpen duwen om verder te kunnen. Op het vasteland van Australië rijden wij over het strand naar Noosa en nemen voor een dag afscheid van Romy, die in de bus blijft zitten naar Brisbane.

 

 

Foto’s

1 Reactie

  1. Margot:
    9 augustus 2014
    Wat maken jullie onvoorstelbare dingen mee (bijna niet bij te houden vanuit hier); je kunt er wel een boek over schrijven!
    Geweldig hoor