Tussenstop Brisbane
11 augustus 2014 - Sydney, Australië
De laatste week alweer.
Ik hoop, dat iedereen genoten heeft van het reisverslag van het bezoek aan Fraser Eiland. Wij in ieder geval wel en na dit weekend zijn wij richting Brisbane gereden. De woonplaats van Romy en Carlos, alwaar wij deze 2 daagse tussenstop gebruikten om bij te komen van de eerste 3 weken en het nodige te kunnen wassen. Met een camper op pad is leuk en avontuurlijk, maar de eisen aan het hebben van een opgeruimde kast en iedere dag schone kleren moet je al snel overboord zetten. Zeker als je iedere dag op een andere camping staat. Enfin, in Brisbane zijn wij de stad nog in geweest om wat aankopen te doen. Omdat wij de campers ’s nachts niet onbeheerd achter wilden laten, hebben Wessel en Rick de nacht hierin doorgebracht. Marian en Fred sliepen bij Romy en Carlos, terwijl Ellen en Eric een luxe hotel met een heerlijk bed en dito douche betrokken. Woensdag jl. zijn wij weer op weg gegaan voor de laatste week. Nu dan naar het zuiden richting Sydney. Als eerste zijn wij gereden naar Byron Bay, het meeste oostelijke stadje /plaatsje van het vasteland van Australië. Voor diegene, die wel eens bij ons (Fred en Marian) zijn thuis geweest: de foto die in de tuin hangt, is genomen in dit plaatsje, tijdens onze vakantie van vorig jaar. De vuurtoren hebben wij alleen van een afstandje bekeken, maar het plaatsje zijn wij wel in geweest. Byron Bay staat niet alleen bekend om zijn (oostelijke) ligging, maar ook vanwege het hippie achtige karakter. Veel jeugd, vooral veel backpackers, doen dit dorp aan en zodra je uitstapt wordt je getrakteerd op muziek uit de jaren zestig. Persoonlijk dacht ik, dat de Baghwan en zijn gevolg al in de vergetelheid was geraakt, maar hier zagen wij weer een aantal mannen met de overbekende oranje pakken. Even verderop zagen wij andere straatmuzikanten, die op deze manier een stuiver wilde bijverdienen. Wel een gezellige sfeer en iedereen bijzonder relaxed. Bij de buitenlandse bezoekers van dit dorp is de joint een populair genotsmiddel, maar in Australië hebben ze op dit gebied een zero tolerance beleid. Nog 750 km te gaan naar Sydney, maar de volgende camping staat in Coff’s Harbour. Hadden wij tot op dit moment in de afgelopen 3 weken slechts één levende en 583 dode kangoeroes gezien, in deze rit is de balans weer enigszins hersteld. Langs de weg zagen wij honderden kangoeroes in het wild lopen. Op de camping aangekomen, liepen deze buideldieren zelfs langs de caravan. Geheel ongevaarlijk zijn deze dieren niet, want ze kunnen met hun poten vervelende trappen uitdelen. Van de campingmanager kregen wij te horen, dat er ’s morgens om 7 uur tientallen kangoeroes bij een landtong bijeen kwamen. Dit schouwspel wilden wij niet missen, dus met zijn allen de volgende morgen naar de pier om dit te zien. En inderdaad, bij het krieken van de dag zien wij de hangplek voor kangoeroes. Tot enkele meters zijn ze te benaderen, zelfs één met een kleintje (little Joey zoals deze genoemd worden) in zijn buidel. Vanaf deze plek hebben wij ook een mooi uitzicht over zee en zien tientallen surfers in de zee liggen, wachtend op een goede golf, die hun mee kan nemen. De golven zijn hier redelijk hoog, wat een uitdaging is om deze goed door te komen. Op naar de volgende camping in Forster/Tuncurry. Op de vorige camping hadden wij gehoord, dat Forster een leuke en gezellige stad zou zijn, dus de verwachtingen waren hoog gespannen. De camping was schitterend gelegen aan het water en na het eten hebben wij het centrum van de stad bezocht. De drukte in deze stad na 6 uur ’s avonds is te vergelijken met een Zondagmiddag in Bunschoten/Spakenburg. Wat wel vermeldingswaardig is, dat het meer aan deze camping uitstekend viswater was, wat Eric, Wessel en Rick dan ook gedaan hebben. Eric en Wessel hebben allebei een hengel gekocht en Rick professorisch een visdraad aan een stok/tak bevestigd en vissen maar. Alle goede materialen ten spijt, Wessel en Eric vingen niets, terwijl Rick met zijn Aboriginal hengel vijf vissen uit het water haalde. Geen grote, maar toch. Naast de drie mannen stonden enkele volwassen pelikanen klaar om de vis eventueel over te nemen. Bij het slaan met hun vleugels boezemen deze dieren toch wel ontzag in, want indrukwekkend is het zeker. Het is inmiddels heel goed te merken, dat wij al bijna 3000 km zuidelijker zitten dan wij begonnen zijn, want de nachten zijn een stuk kouder dan hiervoor. Met enkele graden boven nul in een camper is alleen een tangaslip niet voldoende, zodat met volle bepakking geslapen wordt. Eén nacht is zo koud, dat Marian de gordijnen uit de camper heeft gerukt en gebruikt als extra deken. Sydney is in zicht en daarover later meer.
Groeten van Eric, Ellen, Rianne, Rick, Marian, Romy, Wessel, Carlos en Fred.

